Vrij Nederland Fotoverhaal

'Wij zijn net zoals de rest', article (in Dutch) by Dore van Duivenbode, 13 June 2016

Sinds 2004 vormen Polen de grootste groep immigranten in Nederland. Hun kinderen blijven bij de grootouders of gaan mee. Ze gaan naar school, maken vrienden en worden volwassen. Hoe beleefden zij hun jeugd in het beloofde land van hun ouders?

De Muur was gevallen, Klaudia Knapiks vader was nieuwsgierig. Op zoek naar vrijheid en inkomsten reisde hij door Europa. In Nederland was iedereen aardig. ‘Er waren nog niet zoveel Polen.’ Zijn vrouw volgde, hun dochter bleef achter, werd opgevoed door opa en oma en sprak haar ouders via Skype. Na een bezoek aan Polen keerden zij terug zodra Klaudia sliep. ‘Anders zou ik teveel huilen,’ vertelt de twintiger die in 2008 in Nederland aankwam en sindsdien met opa en oma Skypet. ‘Na ieder gesprek ben ik bang hen te verliezen terwijl ik niet bij ze ben.’ Tijdens een vakantie in Polen werd Klaudia verliefd. Weer viel ze iedere avond in slaap met haar mobiel. ‘Afscheid nemen is niet te leren. Houden van doet pijn.’

Na de verloving reisde haar vriend zijn lief achterna. Het stel woont samen in Hillegom, in een kamer bij Klaudia’s ouders. Soms wordt er ‘kut-Pool’ gezegd of wordt hun auto beklad. ‘Mensen zien een Pool met werk, een mooie wagen en een eigen huis, dat steekt. In onze vorige wijk was het erger. Waar we nu wonen, heb je geen buitenlanders. Wij hebben honden en zijn net zoals de rest.’

Marcin Zemler woont ook thuis. Voor de was en voor zijn baan bij Albert Heijn. Marcin wordt teamleider. Zijn vrienden op het VWO hebben geen bijbaan, zij krijgen geld van hun ouders. ‘“Er werken allemaal Turken en Marokkanen,” zeggen ze dan. Soms maken ze van die Polen-grappen over bouwvakkers. Niet vervelend bedoeld, hoor.’

Marcin was acht toen hij met de bus van Szczecin naar Den Haag reed. Hij zat aan het raam, zijn moeder naast hem, ze hadden broodjes mee voor onderweg. Zij ging schoonmaken in Nederland, zijn vader bleef in Polen. ‘Hij heeft een nieuw gezin, ik zie hem één keer per jaar.’ Marcin maakte Poolse vrienden. Hoe ouder hij werd, hoe minder hij hen zag. De nieuwe vrienden op het VWO hadden schoonmakers, Marcin moest het zelf doen. ‘Daar had ik thuis ruzie over. Ik wilde die rijkdom ook.’

Inmiddels werkt zijn moeder als kraamverzorgster en begint Marcin met een studie Bedrijfskunde. Op zijn verlanglijst: een auto en een fulltime baan. ‘In Polen pas ik niet meer. Ik zou nooit zoveel verdienen.’

Het polen-meldpunt

Denis Goleszny was bang voor de Polen-grappen. Hij was zestien, had vrienden, een diploma en was klaar voor een nieuw leven in Polen. ‘De keuze van mijn ouders was onwerkelijk. Ik zat midden in de puberteit en wist niet of ik in Nederland geaccepteerd zou worden. Op internet las ik over discriminatie op de werkvloer. Daarna over het Polen-meldpunt. En ik was al zo onzeker.’

In Nederland werkten zijn ouders en paste hij op zijn broertje. Ophalen, koken, huiswerk maken. Denis werd volwassen, hun moeder had het moeilijk. ‘Bij ruzies wil ze terug. Ze meent het nooit.’

Denis’ vrienden in Polen zijn evengoed vertrokken. ‘Ik mis hen. We spreken elkaar online, niet meer in het echt.’ De achterblijvers werken onder hun niveau. Bij Denis ging het solliciteren moeizaam. ‘Tot ik mijn Nederlandse paspoort kreeg. Een waardevolle investering, ik kreeg meteen een baan. Mijn cv spreekt voor zich en ik krijg geen nare opmerkingen. Ik heb mij van mijn beste kant laten zien.’

Nog steeds Pools

Ania Fiksinski en Wiosna van Bon zijn in Nederland geboren. Ania’s ouders komen uit Polen, Wiosna’s vader is Nederlands, haar moeder Pools. ‘Vroeger schaamde ik me omdat ik anders was,’ vertelt Wiosna. ‘Ik werd aangesproken op mijn naam. Nu ben ik trots op mijn tweetaligheid en familie. Ondanks de afstand zijn we hecht. We houden elkaar op de hoogte. Misschien romantiseer ik het. Ik woon ver weg en ben er niet constant bij.’

Op de basisschool merkte Ania dat ze anders sprak dan klasgenoten. ‘Zij spraken Nederlands, ik nog steeds Pools. Ik was vier en wilde normaal zijn. Thuis waren ze streng. Mijn moeder en broer, beide in Polen geboren, bleven Pools tegen mij praten. Nu ben ik ouder en ben ik degene die vasthoud aan de Poolse tradities.’ Haar recent gekochte huis heeft ze laten renoveren door klussers uit Polen. Ania vindt het gezellig. ‘Bovendien zijn ze goedkoop.’

De klussers zijn later gemigreerd dan de familie Fiksinski. ‘Migranten zoals zij komen uit een andere sociaaleconomische klasse. Het negatieve beeld dat helaas over hen heerst, gaat niet over mij.’

< back to work