Mindshakes

'Campingleven', article (in Dutch) by Dore van Duivenbode, 29 August 2016

De Pools-Nederlandse Dore van Duivenbode en Verena Blok spraken met bewoners uit Polen en Nederlandse vakantiegangers.

In Nederland verblijven 400.000 arbeidsmigranten uit Oost-, Midden-, en Zuid-Europa. Ze hebben werk, maar vaak geen woning en worden ondergebracht in provisorische huisvesting. Zo wonen in Noord-Brabant tientallen Polen en Roemenen in caravans en vakantiehuisjes. Wanneer je op een camping woont, is dat dan ook een thuis?

Ze zit op de trekhaak. Wanneer iemand langsloopt, draait zij zich om naar het struikgewas. Met een spiegel in haar hand epileert ze haar wenkbrauwen. De haartjes wrijft ze van het pincet aan haar handpalm. Een zwarte kat kruipt onder de voortent. Onder de waslijn met gele doekjes staan een teil en een anderhalve literfles allesreiniger. Al elf jaar reist zestiger Grażyna heen-en-weer tussen Zuid-Polen en Noord-Brabant. ’s Winters slaapt zij op de bank bij haar dochter in Polen, de rest van het jaar op een camping in de Hollandse polders. ‘Het is tijdelijk,’ zegt ze over het wonen in de caravan. ‘Polen is mijn thuis.’ Vanaf de trekhaak kijkt de schoonmaakster uit op het kampeerterrein. Ouders vouwen hun tent uit en kinderen springen op de trampoline. In een partytent heft een twintiger gewichten.

‘Voor vijfhonderd euro gekocht bij de kringloopwinkel,’ vertelt Sławomir over zijn fitnessruimte. In de tent staan twee fitnessbanken, een crossfitapparaat, de Swing Pro 3 en een spiegel. Op de houten vloer liggen gewichten. Tussen de spleten groeit gras. Evenals Grażyna heeft Sławomir een schotelantenne. Hij is bij de huurprijs inbegrepen. In Nederland viel de jongen vijfentwintig kilo af. Hij trainde dagelijks, at wortels en selderij.

Zijn vriendin Patricja tilt wasgoed uit een Jumbo-tas. Het is zaterdagmiddag en het koppel gaat samenwonen in zijn blokhut van twintig vierkante meter. Het kleine wonen is zij gewend. Haar vorige woning stond ook op de camping. Deze deelde ze met haar zwager en zus. Patricja’s inboedel behelst drie canvasschilderijen en geurstokjes. Het is de tweede keer dat ze in Sławomirs blokhut zullen samenwonen.

‘De eerste keer werkte niet.’

Patricja giechelt.

‘Zij was nog niet volwassen.’

‘Ik luisterde te veel naar mijn zus.’

Na een jaar fruit sorteren en groenten verwerken, zijn de twee dat alsnog geworden: volwassen. Volgens Sławomir is het campingleven een leerschool. ‘Les één: zorg voor voldoende stof als je naar de wc gaat. Zoiets gebeurt je één keer. Sindsdien heb ik altijd sokken aan.’ Hij pakt één van de gewichten. Zijn ronde spieren spannen zich aan. ‘In Nederland ben ik een ander persoon geworden. Ondernemend en minder gesloten. Mijn ouders zijn niet in de buurt om te helpen. Het missen wordt minder. Ik weet wat ik kan en durf mijzelf te laten zien.’ Patricja probeert niet aan het missen te denken. Zij spaart voor een woning in Polen, hij wil personal trainer worden in Nederland. ‘Ooit, voorlopig leven we in het nu.’

In 2000 kwamen de eerste Polen aangelopen op het campingterrein. Voor kost en inwoning mochten ze grasmaaien. ‘Ze waren wanhopig,’ vertelt de eigenaar, die een uitzendbureau startte voor boeren in de omgeving. ‘Het is werk dat Nederlanders niet willen doen.’ Ieder jaar gaat hij naar Polen en bezoekt hij de families van werknemers. Er wordt gekookt en gedronken. De eigenaar gaat naar bruiloften, viert feest en blijft slapen. Voor de rest van het jaar heeft hij nieuwe contacten. Sławomir gaf hij hout voor zijn fitnessruimte, een ander koppel latten voor hun schutting, zijn vrouw helpt Grażyna met haar rugklachten. De buurt is sceptisch. ‘Als er in het dorp een fiets is gestolen, komen ze hier als eerste verhaal halen.’ Niet altijd onterecht. Vorige week werd één van de campingbewoners opgepakt wegens vandalisme.

Vaste campinggast Toos vindt het gezellig. Ze kocht de gids Pools spreken & begrijpen en schrijft Grażyna verjaardagskaarten. Wanneer de schoonmaakster in Polen is, geeft Toos de zwarte kat brokjes. ‘Die Polen kunnen dat wel, in caravans leven. Ze zijn hier echt om geld te verdienen. In het westen zijn wij doorgeslagen in luxe. Ik luier hier ook niet. Als ik maai, neem ik Grażyna’s stukje altijd mee.’

Een paar blokhutten naast Sławomir timmeren Paula en Michał een schutting. De ramen hebben ze afgeplakt. ‘Waarom hebben Nederlanders altijd de gordijnen open?’ Ook begrijpen ze niet dat Nederlanders op een camping vakantie vieren. In Polen doen alleen jongeren dat. Het koppel verdient geld voor hun huis in Polen. Het is bijna af en telt 180 vierkante meter, twee woonlagen, een balkon en een tuin. In de blokhut is de bank kamerbreed. Links ervoor staan toiletartikelen, rechts de magnetron. Boven de bank hangen waslijnen, erachter behang van Action. ‘We willen het eigen maken,’ zegt Paula. De foto’s op de muren zijn van hun bruiloft. ‘Toen dacht ik Polen nooit te zullen verlaten,’ vertelt Michał. ‘Een jaar later werkte ik in een fabriek in Engeland en woonden we met duizend man op een camping. Het was verschrikkelijk. We hielden het anderhalve maand vol. Via Paula’s zus zijn we hier terechtgekomen.’

Aan het eind van de middag gaan Sławomir en Patricja borrelen bij de buren, ontsteekt een groepje Roemenen de barbecue en kleden Paula en Michał zich om na het klussen. Grażyna staat op van de trekhaak en pakt de teil en de allesreiniger om het washok te schrobben. ’s Avonds plaatst zij een citaat op Facebook:

‘Er komt een moment in het leven,

waarin je alles moet laten

om voor jezelf te zorgen’

*De campingeigenaren willen niet dat hun namen of die van de camping worden gepubliceerd

< back to work